zaterdag 15 november 2008

"Ik weet niet wie me op de wereld heeft gezet, noch wat de wereld is, noch (wat) ikzelf (ben); ik ben verschrikkelijk onwetend over alle dingen; ik weet niet wat mijn lichaam is, mijn zintuigen, mijn ziel en zelfs dat deel van mij dat denkt wat ik zeg, dat over alles nadenkt en over zichzelf, en die zichzelf evenmin kent dan de rest. Ik zie deze afschrikwekkende ruimten van het universum die me omringen, en ik bevind me aangehecht aan een hoek van deze uitgebreidheid, zonder dat ik weet waarom me ik op deze plek bevind, en niet op een andere".[...] "Omdat ik niet weet waar ik vandaan kom, weet ik ook niet waar ik naartoe ga; en ik weet alleen dat ik , bij het verlaten van deze wereld, voor altijd val ofwel in het niets, ofwel in de handen van een geïrriteerde God, zonder te weten van welk van de twee ik voor altijd deel zal uitmaken. Ziehier mijn situatie, vol van zwakheid en onzekerheid. En, uit dat alles maak ik de conclusie dat ik dus al mijn dagen zal doorbrengen zonder eraan te denken wat me moet overkomen."[...]
"Wie zou zich een vriend toewensen die op deze manier spreekt?"

Referentie
Ibidem, p 89-90, eigen vertaling

Geen opmerkingen: