maandag 17 maart 2008

Hegel

Referentie
Peter Singer, Hegel. Uit de reeks Kopstukken uit de filosofie, verschenen als bijlage bij 'De Morgen', in samenwerking met Oxford University Press, 1983. Nederlandse vertaling : Willemien de Leeuw. Rotterdam: Lemniscaat b.v. 2000.

'Het onderwerpen van alles aan het heldere koude licht van de rede en het verwerpen van alles dat zijn basis heeft in bijgeloof of overgeërfd privilege, was de leer van Franse denkers uit de achttiende eeuw als Voltaire en Diderot. De Verlichting en de Franse Revolutie die daarop volgde, zijn in feite de volgende - en bijna laatste - gebeurtenissen in Hegels verslag van de wereldgeschiedenis.'(1)
'Hegel aanvaardt het standpunt dat de Franse Revolutie het resultaat was van de kritiek van Franse filosofen op de bestaande orde. Het Frankrijk van voor de Revolutie had een adelstand die geen werkelijke macht bezat, maar die over een verwarrende hoeveelheid privileges beschikte die geen rationele basis hadden.'(2)

Commentaar

De lezing gehouden door Herbert De Vriese dd. 19/02/08 kwam pas ten volle tot zijn recht nadat ook de documentaire over de Franse revolutie vertoond was, en de lezing over Hegel gehouden was. De docent leek de koude rationaliteit te willen promoten, die, zo ze ontdaan zou zijn van nadere toelichting, cru zou overkomen. Het feit dat terreur niet ingegeven zou worden door irrationaliteit en fanatisme, leek op het eerste gezicht ongeloofwaardig.
De documentaire over de Franse revolutie was een verdere aanloop naar de opvatting over terreur van Hegel. Zeer indringend werd de teloorgang van de monarchie getoond : Lodewijk XVI met zijn Oostenrijkse vrouw Marie Antoinette hielden er een luxueus leventje op na. Tijdens de eerste zeven jaren van hun huwelijk kon niet gezorgd worden voor een troonopvolger door een aandoening bij de vorst, die hij aanvankelijk weigerde te laten verzorgen. Dit zorgde voor spot en misnoegen bij de bevolking. Later kreeg het paar vier kinderen.
Het volk leefde ondertussen in miserabele omstandigheden : het hoofdbestanddeel van hun voedsel, graan, was niet voor handen en ze leefden in bittere armoede.
Robespierre verscheen ten tonele, en bracht de bevolking op de hoogte van de wantoestanden.
Het volk kwam in opstand, en de koning en de koningin vonden beiden de dood onder de guillotine.
Tijdens het college over Hegel bleek dit een goede illustratie van zijn visie op terreur. De cultuur mondt volgens hem noodzakelijk uit in terreur. Dit lijkt nog steeds erg tegenstrijdig voor mensen die een hoge pet op hebben van cultuur. Cultuur staat immers voor 'beschaving' en tegenover 'natuur'. Op een gegeven moment staat één individu tegenover het algemene. In de les werd beargumenteerd dat het algemene niet kan handelen, laat staan dat het een individu zou kunnen 'kiezen'.
Het algemene moet uitgeroeid worden, en wel door het laatste restje wat het nog bezit af te pakken : zijn leven, en wel zodanig dat het onvervulde punt van het absoluut vrije zelf genegeerd wordt, het betekent niks meer dan het doorhakken van een kool (waar Hegel verwijst naar Kohlhobel, een machine om zuurkool te maken, en die al veel eerder bestond dan de guillotine). De guillotine stond nog voor 'een humane methode', het is efficiënt en verwijst naar de techniek.
Een andere manier is de verdrinkingsdood, 'als een slok water'.
De terreur van het doden is de keerzijde van het eigen streven naar vrijheid. De waardeloze dood, de onvervulde negativiteit van het zelf, vindt een omslag naar absolute positiviteit : de geest beseft : terreur ben ik zelf, en vanaf deze moment wordt de geest geschrapt als een collectief gebeuren.
Ik citeer opnieuw Singer om mezelf gerust te stellen : 'Het zelfbewustzijn lijkt ertoe te zijn veroordeeld om permanent onbevredigd te blijven, want als het object van begeerte als onafhankelijk object wordt opgedoekt, dan zal het zelfbewustzijn datgene wat het voor zijn eigen bestaan nodig had, hebben vernietigd. Hegels oplossing voor dit dilemma is om van het object van het zelfbewustzijn een ander zelfbewustzijn te maken. Op deze manier heeft elk zelfbewust wezen een ander object waarmee het kan contrasteren, maar het andere 'object' blijkt niet een eenvoudig object te zijn dat je moet bezitten en dat daarom wordt 'tenietgedaan' als extern object, maar een ander zelfbewustzijn dat zichzelf kan bezitten en daarom zichzelf als extern object kan opdoeken. Maakt u zich geen zorgen als dit onduidelijk lijkt. In Hegels tekst is het nog veel onduidelijker. Eén commentator, Ivan Soll, heeft het over de 'extreme ondoorzichtigheid' van Hegels betoog op dit punt.'(3)
De beste manier om Hegel te begrijpen is te aanvaarden dat hij het indivuele als een kleine, onbeduidende schakel beschouwt, die wedijvert met de andere onbeduidende schakels. Erkenning blijft uit, en frustratie en schizofrenie zijn het gevolg. Doordat mijn 'belang' genegeerd wordt door de andere schakel(s), heb ik alleen nog dié macht die me in staat stelt mezelf te negeren, en op meest extreme wijze : mezelf 'aufheben' in de dood, dan kan ik de ander het plezier ontnemen mij niet te willen erkennen ofwel de ander 'aufheben' in de dood.
Op grotere schaal ziet Hegel de vrijheid als negatief moment dat noodzakelijkgevolgd wordt door terreur : het algemene moet te niet gedaan worden, er is geen weg naast. Nochtans spreekt Peter Singer wel degelijk over de keuzemogelijkheid, die ook bij Hegel ingebouwd schijnt te zijn : 'Ons eerdere onderzoek naar Hegels opvatting over vrijheid liet zien dat wij voor hem vrij zijn wanneer wij in staat zijn te kiezen zonder gedwongen te worden door andere mensen.'(4)
Ik kan alleen maar toegeven dat er van Hegels 'opaciteit' iets fascinerends uitgaat, maar dat je dat op bepaalde momenten het best tot zijn recht laat komen door het niet te (proberen te) ontsluieren.


(1) Op. cit. p. 37
(2) Ibid.
(3) Op. cit. p. 87-88
(4) Ibid, p. 99

Geen opmerkingen: