zaterdag 19 april 2008

Ik was ervan overtuigd dat ik uitgepraat was na Camus, dit blijkt niet het geval te zijn.
Mijn eindconclusie was dat geweld absoluut te mijden is; maar het is niet te vermijden.
Voortgaande op het enige filosofische probleem, de zelfmoord, kan daar nog veel over gezegd worden. Ik heb opgezocht dat Sylvia Plath haar hoofd (diep) in een gasoven heeft gestoken; haar kinderen waren thuis, en zij heeft alle vertrekken met natte doeken bekleed alvorens tot haar (on)begrijpelijke gewelddaad over te gaan. Er waren nochtans redenen : miskenning door de moeder, en afgewezen door dichter Hughes.
Patricia de Martelaere heeft het vaak over de dood : 'Overmeestering, herhaling, zelfbehoud en doodsverlangen komen verbijsterend dicht bij elkaar te liggen, en wel tegenover één gemeenschappelijke vijand: het leven zelf. Maar hoe staat het dan met het lustprincipe? In een leven dat zich definieert door zijn eigen levensvijandigheid lijkt op het eerste gezicht bijzonder weinig ruimte over te blijven voor genot. Bij nader inzien blijkt er echter, in Freuds formuleringen, niet zo'n groot verschil te zijn tussen de dynamiek van het lustprincipe en die van het doodsinstinct : beide zijn er immers op gericht de spanning binnen het organisme zo laag mogelijk te houden. Het doodsinstinct is, in extremis, niets anders dan het geradicaliseerde lustprincipe, dat in zijn streven naar het volmaakte genot bij voorkeur alle spanning zou zien verdwijnen. Meteen wordt ook duidelijk waarom het leven, van meet af aan, zichzelf niet wil: vanwege de verhoogde spanning die de toestand van 'leven' tegenover het niet-levende onvermijdelijk met zich meebrengt'. (1)

Dit is uiterst duidelijk, begrijpelijk, aanvaardbaar, niet-abstract taalgebruik. Het plaatst mijn eerder ingenomen stelling, dat zelfmoord onaanvaardbaar is, in een ander perspectief. Het kan ook over zelfmoordterrorisme gaan : de spanning die door de westerse mentaliteit bij de islamieten wordt te weeg gebracht, kan niet door 'eros' opgeheven worden; slechts de volmaakte 'thanatos' kan het ongenoegen opheffen.
Camus had het over het absurde, de Martelaere over de onverdraaglijke spanning. Beide zienswijzen zijn valabel. In de volgende blog analyseer ik de parallel tussen de twee : hardnekkig volharden in het leven.

Weinig vrouwen zijn filosoof : àls er dan ééntje verschijnt is het er meteen làp op! Dit boek is er één om U tegen te zeggen. (Patricia de Martelaere, Een verlangen naar ontroostbaarheid. Over leven, kunst en dood.) Commentaar op achterflap : 'De essays van De Martelaere ontwijken niets en zijn daardoor op een glorieuze manier pijnlijk. Ze zijn briljant omdat ze nergens vaag zijn, terwijl ze toch de meest gevoelige onderwerpen behandelen.' Carel Peeters in Vrij Nederland.

Patricia de Martelaere (1957) is hoogleraar filosofie in Brussel en Leuven. Naast drie romans en een dichtbundel publiceerde zij de essaybundels 'Verrassingen (1997), waarvoor zij de Vlaamse Cultuurprijs voor Kritiek en Essay 2000 ontving, en 'Wereldvreemdheid '(2000). ' 'Een verlangen naar ontroostbaarheid' werd in 1994 bekroond met de J. Greshoffprijs.
(1)Patricia de Martelaere,Een verlangen naar ontroostbaarheid, Over leven, kunst en dood. Amsterdam : J.M. Meulenhoff bv, 1993, p 53.

Geen opmerkingen: