donderdag 3 april 2008

Het is wel pijnlijk om te aanvaarden dat, wanneer men aanneemt dat de absurditeit het basisingrediënt van het zijn van de zijnden is, men dan 'uitgeklapt' is... Men kan alleen moedig proberen 'vol te houden' dat... men op de hoogte is van alle pogingen die gedaan zijn om andere verklaringen te geven, en dat men daar respect voor heeft.

"God dus. Eerst maar een definietsie? De Onveroorzaakte Oorzaak... Of: een cirkel waarvan het middelpunt overal was en de omtrek nergens... Beide definietsies waren, dacht ik, van gerenommeerde kerkvaders, en juist waren zij zeer zeker, maar mij te abstrakt, en ze drukten voor mij van het wezen Gods eigenlijk niets uit dat mij ontroerde en bevredigde.
God was volgens mij het Zegevierende Niet-Zijn.'... 'De wereld, de schepping, het heelal, dat was ééns in de tijd ontstaan. Of eigenlijk niet : de schepping had niet in de tijd plaatsgevonden, maar met de schepping was pas de tijd, en het begrip daarvan, ontstaan, net als de ruimte, de materie, en oorzaak en gevolg.'...'Was de vraag 'waarom?' legitiem? Ik dacht van wel.'...'Hij had voor Zijn schepping een reden gehad. En er kon slechts één reden zijn : Zijn eenzaamheid. Hij leed onder Zijn eenzaamheid, en had die niet meer kunnen dragen. Hij schiep het heelal, de wereld, het leven en tenslotte de mens, opdat een deel van Hemzelf, dat Hemzelf was maar tevens vrij en onafhankelijk zoude zijn van Hem, Hem uit vrije wil zoude liefhebben. Daarvan was niet veel terecht gekomen, zo lofwaardig als men het plan mocht noemen : het was lelijk uit de hand gelopen."

Referentie
Gerard Reve, Verzameld werk, deel 3 : 'Moeder en zoon', p. 606-607, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 1999.

Geen opmerkingen: